 |
 Denemarken
Reis/Denemarken
|
05 Juli 2008 | 15:03:15
 |
|
Ik ben inmiddels al weer terug uit Denemarken, en sta op het punt te vertrekken naar Engeland. Geen idee of er nog iemand op te wachten zit of niet, maar belofte maakt schuld, dus hier is dan alsnog het verslag van twee en een halve week boer spelen.
De bus
Zoals ik al verteld had, vertrok m'n bus om vijf voor twaalf middernacht. Althans, dat was de bedoeling. Op de een of andere manier had hij namelijk in het stukje tussen Amsterdam en Utrecht al een half uur vertraging opgelopen, dus om half één kwam hij eindelijk aanrijden. Afgezien van het feit dat de enige vrije plek naast de dikste man in de bus was, een man die bovendien alleen maar over auto's kon praten (een onderwerp waar ik, ik geef het eerlijk toe, absoluut niets vanaf weet en wat ik vreselijk saai vind) was de busreis een best leuke en aparte ervaring. De passagiers waren werkelijk van alle leeftijden, klasses en nationaliteiten, wat de bus een heel gezellig gevoel gaf. Voor me zaten vier oudere Amerikaanse mannen in korte broeken en met petten op, achter me zat een groep van vijf Afrikaanse vrouwen in lange, kleurrijke gewaden, naast me een Aziatisch gezin met hele kleine kinderen en schuin voor me twee Nederlandse vrouwen die constant over breien praatten. En de chauffeur sprak alleen Duits. Praktisch.
Ik sliep in met het goede gevoel dat ik eindelijk weer op reis was. En werd na een halfuurtje weer wakker. En viel weer in slaap. En werd weer wakker. Etcetera.
Norre Thise
Na dertien uur rijden kwamen we dan uiteindelijk aan in Aarhus, een grote stad in Denemarken. Vandaar nam ik de trein oostwaarts naar Skive, en de bus noordwaarts naar Norre Thise. Dat bleek te bestaan uit één weg met hier en daar een paar boerderijen, en na een beetje rondlopen en heen en weer gestuurd worden door elkaar tegensprekende Denen en gevaarlijk blaffende honden vond ik dan uiteindelijk de boerderij van Erling en Lisbeth, waar ik de volgende zes dagen bleef werken, eten en slapen.
Het werk wat ik deed was erg afwisselend, en daarom (meestal) erg leuk. Zo dreef ik de koeien bij elkaar als ze gemolken moesten worden, vlocht ik touwen, gaf ik de kalfjes te eten en drinken en werkte ik in de tuin. Absoluut hoogtepunt was het oogsten van honing uit de verschillende bijenkorven in de omgeving (nog nooit zo onder de honing gezeten), dieptepunt was het schoonmaken van de stallen (nog nooit zo onder de mest gezeten).
De omgeving was erg mooi, en deed me nogal denken aan Groningen (de provincie dan). Het was erg leeg, het waaide er hard, de mensen praatten er onverstaanbaar en overal waar je keek stonden boerderijen. Verschillen waren er ook natuurlijk. Zo lag er een enorm fjord pal naast de deur waar walvissen in zwommen (die zich overigens vier dagen lang verstopten – ik schijn dat effect te hebben op walvissen, en op kleine kinderen), was het nogal heuvelig en heette iedereen Rasmus, Thomas of Jens (of Jenssen, of Jens Jenssen).
Jejsing
Na een weekje vertrok ik weer, en ging ik helemaal naar het zuiden van Denemarken. Naar Tønder, om precies te zijn. Tønder is een klein, leuk en erg oud stadje dat om de een of andere duistere reden midden in het centrum een werkelijk spuuglelijk houten beeld van iemand die nog het meest lijkt op Kapitein Haak heeft staan. In Disneyland zou het beter tot z’n recht komen.
Vanaf Tønder moest ik nog een eindje met de bus totdat ik in Jejsing aankwam, waar de tweede en laatste boerderij stond ik die bezocht heb. Het goede nieuws was dat er op deze boerderij ook andere jongeren waren, want hoewel het erg gezellig was in Thise, miste ik die toch wel een beetje. Het slechte nieuws was dat ze allemaal alleen maar Duits spraken. Net zoals bijna alle ouderen overigens. En het klopt dan wel dat ik een 9 stond voor Duits op mijn eindlijst, maar dat was Duits 1, en niet Duits 1,2. In één van de rituele driemaandelijkse onderwijshervormingen heeft iemand namelijk bedacht dat mensen met een bèta-profiel een taal niet hoeven te leren spreken of schrijven, maar dat lezen genoeg is. Hoe die iemand op dat idee is gekomen weet ik niet (misschien horen bèta’s niet op vakantie te gaan?), maar het heeft als resultaat dat ik prima een Duitse krant kan lezen, maar een gesprek maken lukt me niet. Ik was dan ook erg blij dat er halverwege de week twee Amerikanen op dezelfde boerderij kwamen, had ik tenminste iemand om mee te praten.
Deze tweede boerderij was ook weer leuk, al had ik na een week eerlijk gezegd wel een beetje genoeg van het landschap daar, en van Denemarken in het algemeen. Zeker in het zuiden ziet het er namelijk precies uit als Nederland, als er hier een paar miljoen minder mensen zouden wonen en een paar honderd meer boeren. Nogal eentonig allemaal. En ook de steden en dorpjes lijken erg op elkaar. Het lijkt er een beetje op alsof ze in heel Denemarken maar één soort baksteen en één kleur verf hebben.
ACE
De laatste dagen waren wel weer erg leuk, omdat ik nog wat vrienden die ik kende uit Amerika heb bezocht. Eerst ben ik samen met Jacob en Steffen naar een examenfeestje van een kennis van hun geweest, wat echt geweldig leuk was. Daarna heb ik nog Tabita bezocht in Viborg, de oude hoofdstad van Denemarken. En dat is echt een erg mooie stad. Heel oud, met veel historische gebouwen en een gevarieerde omgeving met bossen, heuvels en meren. Ik vond het jammer om er weer weg te gaan.
Want helaas ging na ruim twee weken m’n bus alweer terug naar huis. Omdat het om de een of andere reden onmogelijk is om een Engels boek te kopen in Denemarken (behalve als je fan bent van titels als Love, Lies and Alibies en Burning Passions and Flaming Eyes, met op de voorkant foto’s van vrouwen die er allemaal precies hetzelfde uitzien en mannen die nog net ietsje gespierder zijn dan ik), heb ik op de reis terug Time Magazine en National Geographic helemaal uitgelezen. Drie keer. Gaap.
Na weer dertien uur in dezelfde internationale bus met dezelfde Duitssprekende chauffeur kwam ik dan uiteindelijk om vijf uur ’s ochtends aan op Utrecht. Om zeven uur was ik thuis, en het voelde erg goed om weer in m’n eigen bed te liggen.
Nou, dat was min of meer hoe ik het heb gehad in Denemarken de afgelopen weken, voor de geïnteresseerden. Morgen vertrek ik voor drie weken naar Engeland (je bent een reiziger of je bent het niet), om m’n laatste weken vrije tijd te vieren. Misschien schrijf ik dan ook wel weer een blog, ik zie wel. |
|
|
 |
 |
 It's alive!
Reis/Denemarken
|
15 Juni 2008 | 20:19:51
 |
|
Ik weet dat de laatste weken het internet gonsde met geruchten (''Is het echt zo?'' ''Is hij echt terug?'' ''Kunnen we eíndelijk weer iets leuks lezen?''), dus ik besloot met een officieel statement te komen. Of eigenlijk twee.
Ten eerste, voor de mensen die het nog niet wisten: ik ga Biologie studeren. In Wageningen. Dus helaas moet ik meedelen dat de favoriete openingszin van iedereen (''Weet je al wat je gaat studeren?'') niet meer geldig is. Jammer.
Ten tweede: Ik ga weer op reis. Al is het niet zo indrukwekkend als 'Amerika', ik heb er toch erg zin. Komende dinsdag (nadat Nederland Roemenië glorieus verpletterd heeft), vertrek ik om vijf voor twaalf 's nachts met de bus vanaf het Centraal Station van Utrecht. Na ruim twaalf uur, waarin ik tevergeefs zal proberen te slapen, stap ik dan met een pijnlijke rug, een duf hoofd en de geur die altijd om je heen hangt na twaalf uur in dezelfde bus zitten, uit in Aarhus. Inderdaad, de op-één-na grootste stad van Denemarken.
In Denemarken zal ik me dan de komende drie weken vermaken met op boerderijen werken, rondreizen, vrienden bezoeken en andere dingen doen die Denen doen (alliteratie!). Geen idee wat dat is eigenlijk, ik geloof niet dat Denemarken de laatste tweeduizend jaar veel meer gedaan heeft dan beledigende cartoons tekenen en heel Europa plunderen in boten in de vorm van draken. Ik heb er zin in.
Ik kom terug op de derde van juli, waarna ik drie dagen later voor drie weken naar Engeland zal vertrekken. En daarna waarschijnlijk nog naar Duitsland, of ergens anders naartoe. Maar dat zien we allemaal dan wel weer.
Dus...
Vertel het je vrienden, geef het door aan je voetbalclub, zeg het je moeder: Jensoverdegrens is terug! En Jens is weg (binnenkort dan).
PS: Ik heb de mooiste foto's van vijf maanden Verenigde Staten (en vijf uur Mexico) op een rijtje gezet in het volgende album:
|
|
|
 |
 Clear Creek
Reis/Verenigde Staten
|
09 Maart 2008 | 22:30:43
 |
Geen depressieve blogs meer, de laatste week was namelijk stukken beter dan de weken ervoor.
Ten eerste is het weer totaal omgeslagen. Het is weer standaard vijfentwintig graden en zonnig hier, en elke vrije dag die we hebben zijn we op het strand volleybal aan het spelen. Ik ben bang dat ik dat erg ga missen als ik weer thuis kom.
Ten tweede ben ik fysiek ook weer bijna helemaal opgeknapt. Ik ben niet ziek meer, en m'n poison oak is ook aan de beterende hand - dat wil zeggen, het jeukt niet meer. De bultjes zijn er namelijk nog steeds, en in plaats van te verdwijnen worden ze helemaal grijs en hard. M'n huid voelt nu alsof ik schubben heb, maarja, ik mag niet klagen.
M'n laatste project was ook erg leuk, al was het een beetje kort (vier dagen) en gaan we er morgen weer naar toe. Voor de verandering was dit project maar drie uur rijden van Santa Cruz, wat een hele verbetering is ten opzichte van bijvoorbeeld Saint George, Chiricahua en Santa Fe (allemaal 8+ uur rijden). Het is grappig hoe snel je gewend raakt aan lang in de auto zitten hier - helemaal als je bedenkt dat je in Nederland zelden meer dan twee uur rijdt (zonder de grens over te gaan dan).
Clear Creek, de kampeerplaats waar we werkten, lag dichtbij de honderd procent Mexicaanse plaats (van de winkels tot de mensen, werkelijk alles is Spaans) met de geweldige naam King City, op de Californische versie van het platteland. Dat wil zeggen dat de weilanden zich afwisselen met woeste bergen en bossen en dat je 's nachts behalve koeien ook coyotes kunt horen.
Het werk dat we deden was vrij interessant, en (voor mij in ieder geval) totaal nieuw. We maakten een hekwerk op een kampeerplaats om aan te geven waar mensen hun tenten kunnen opzetten. Het was een klein rothekje, maar het kostte nogal veel tijd om te maken; eerst maakte een graafmachine een gat van een halve meter in de grond, en een meter verderop nog zo'n gat. Dan zetten wij een houten paal in elk van de gaten, en zorgden ervoor dat de palen precies rechtop en in een lijn stonden, en dat ze niet meer dan achttien inch boven de grond uitstaken. Daarna legden we een paal bovenop de twee andere palen in de grond, en een man met een kettingzaag maakte inkepingen om de paal op z'n plaats te houden. Ten slotte boorden we de paal vast op z'n plaats.
En dat herhaalden we dan tig keer.
Het resultaat: een klein, onbenullig hekje. Nouja, dat vind ik er van dan, de anderen waren er nogal trots op.
Niet dat het niet leuk was om te doen, integendeel. Het is, zeker voor ACE, vrij technisch werk, waar het meer gaat om nadenken dan om domweg uren achter elkaar met een pikhouweel hakken. En bovendien word je er niet zo moe van.
Dat was niet helemaal onze schuld trouwens. We werkten samen met een paar mannen in dienst van de Amerikaanse overheid, en zoals bij elke overheid wereldwijd (lijkt het wel), werkten ze erg, erg relaxt. Op sommige dagen kwamen ze niet op hun werk voor tien uur, en andere dagen kwamen ze helemaal niet. En aangezien wij de graafmachine en de kettingzaag nodig hadden voor ons werk, konden wij niet werken als zij er niet waren. Met als resultaat dat dit een van mijn rustigste projecten ooit was.
Zoals ik al zei, volgende week gaan we naar dezelfde plek, voor m'n laatste project. Ik kan dan precies een week genieten van mijn officiele positie als vrijwilliger in ACE met de meeste ervaring (nouja, ik sta op een gedeelde eerste plek).
En over een week en twee dagen ben ik dan eindelijk weer thuis . Ik kan het me niet helemaal realiseren.
|
|
|
 |
 Regen, griep en poison oak
Reis/Verenigde Staten
|
01 Maart 2008 | 23:59:18
 |
Of het toeval of karma is weet ik niet, maar de laatste twee weken waren niet echt de beste van mijn verblijf in de VS.
Om te beginnen was het weer vorige week gewoon erg slecht. Regenachtig, donker en koud, absoluut niet hoe het zou moeten zijn in februari. Het klinkt misschien aanstellerig, maar als je, zoals hier in Santa Cruz, helemaal ingesteld bent op zon en vijfentwintig graden, is elke dag met verschillend weer teleurstellend en geeft het een somber gevoel.
Behalve het weer was ook mijn nieuwe project niet geweldig. Het was een lokaal project, en het kwam neer op onkruid wieden in de regen in het midden van Santa Cruz.
Dat eiste z'n tol. Aan het eind van de week werd ik ziek, en al was het niets ernstigs, ik ben nog steeds niet helemaal beter. Sommige dagen voel ik me goed, maar andere dagen heb ik last van hoofdpijn, keelpijn, een verstopte neus en een gebrek aan energie. Ik denk dat 'kwakkelend' het beste woord is om het te omschrijven - ware het niet dat niemand dat woord meer gebruikt.
Helaas is dat niet m'n enige probleem. Ik ben namelijk ook ten prooi gevallen aan het gevaarlijkste levende wezen van Californie: poison oak. Poison oak is een vrij giftige plant die veel voorkomt over heel de westkust, en hij is vrij hard te herkennen. Zeker in de winter, wanneer hij geen bladeren heeft en er gewoon uitziet als een paar dorre takjes. Maar zelfs als de takken werkelijk dood zijn, blijven ze giftig. Zoals ik ontdekt heb.
In alle projecten in Californie zover was er redelijk veel poison oak, en hoewel ik voorzichtig was, moet het meerdere keren hebben aangeraakt. Ongeveer dertig procent van de mensheid is echter immuun voor het, dus ik dacht altijd dat ik geluk had. Nou, niet echt.
Ik had een week lang een grote rode vlek op m'n pols (ongeveer ter grootte van een flinke muggenbelt) die aardig jeukte, maar meer niet. Afgelopen zondag had ik opeens twee kleine vlekjes op m'n arm. De dag erna waren het er tientallen, en nu heb ik honderden bultjes over heel m'n lichaam. Het ziet er vreselijk uit, het jeukt verschrikkelijk en je kan er niets tegen doen. De enige oplossing is wachten tot het uit zichzelf verdwijnt, want ongeveer een week duurt, al duurt het bij sommige mensen meer dan een maand.
Je kan dus waarschijnlijk wel begrijpen dat ik niet in een geweldig humeur ben. En dat is zonde, want ons laatste project was eigenlijk erg leuk. We werkten in de botanische tuin van de universiteit, waar we onder andere een honderden meters lang hek bouwden om de herten buiten te houden (die toch met gemak binnen kwamen), onkruid wiedden in de verschillende delen van de tuin en kaphout verplaatsten in het grootste bos van Eucalyptusbomen in de wereld (buiten Australie natuurlijk). En het weer is ook weer opgeknapt, het is weer lekker warm en zonnig.
Deze blog komt vrij somber over, en dat is niet helemaal terecht. Ik heb nog steeds een erg leuke tijd hier, en ik kan erg goed opschieten met de andere vrijwilligers (varierend van twee hippies van Texas tot een zwaarbetatoeerde Zweed). Het punt is gewoon dat ik zo onderhand wel genoeg heb van ziek zijn en er uitzien alsof ik een besmettelijke ziekte heb.
|
|
|
 |
 San Francisco en Merced River
Reis/Verenigde Staten
|
18 Februari 2008 | 22:21:21
 |
Ok, om het allemaal duidelijk proberen te maken, zal ik het in chronologische volgorde vertellen. Ik begin afgelopen week zondag. Die dag ging ik met Kipyhang (beter bekend als Kip, KP of K-Pizzle) en Suehyang naar San Francisco.
Ik kan kort zijn over San Francisco: het is de beste stad in de VS waar ik zover ben geweest. Sterker nog, het was de eerste keer in de vier maanden dat ik hier nu ben dat ik dacht dat ik ergens was waar ik wel zou kunnen wonen. Misschien niet voor altijd, maar zeker voor een lange tijd.
Vrijwel alles aan San Francisco is geweldig, ik weet niet waar ik moet beginnen. Hoe fris de lucht ruikt bijvoorbeeld, hoe multicultureel de stad is (Chinatown, Little Italy en de Russian Hill liggen op vijf minuten lopen van elkaar), hoe je het ene moment in het drukke centrum van de stad tussen de wolkenkrabbers loopt, en het volgende moment in een heerlijk rustig park waar mensen lekker in de zon liggen te lezen of voetbal spelen. De stad heeft stijl, met oude, prachtige huizen naast gigantische wolkenkrabbers, de haven, Alcatraz, de heuvels, de trams en natuurlijk de gigantische Golden Gate Bridge. En ik weet dat het een van de grootste cliche's is, maar de stad leeft. Er is altijd geluid - of het nou de straatmuzikanten zijn, de bel van de trams of de zoemende rails die overal door de stad liggen - maar het wordt nooit hinderlijk.
Mensen (vooral Europeanen) zeggen altijd dat San Francisco de meest Europese stad van Amerika is, maar daar ben ik het niet mee eens. Omdat dat vooral Europese arrogantie is - San Francisco is niet Europeaans, het is een geweldige, honderd procent Amerikaanse stad.
De maandag daarna ging ik op project voor voor vijf dagen. In de morgen hoorde ik dat er een nieuwe plaats vrij was gekomen in ACE, en dat ik waarschijnlijk langer zou kunnen blijven. Ik hoefde alleen even te bellen met de baas van ACE, en dan zou het geregeld worden. Ik deed dat niet, om de simpele reden dat ik naar huis wilde. Ik was net gewend geraakt aan het idee om naar huis te gaan, en ik voelde me geweldig. Veertien weken is een lange tijd, en ik kon nauwelijks wachten tot het eind van de week. Ik besliste dus om niet langer te blijven.
Zes uur later stond ik, met een pikhouweel in m'n hand, in een totaal verlaten kloof in de Sierra Nevada, op een smalle richel met een woeste rivier tien meter beneden me en ongerepte bergen boven me, een pad uit te hakken in de harde rotsgrond, en ik bedacht dat ik gek was dat ik naar huis wilde. Maarja, toen had ik geen ontvangst op m'n mobiel...
Het duurde tot donderdag voor ik weer ontvangst had. Die week vloog voorbij, en het was een van de beste projecten die ik tot nu toe heb gehad. De natuur was spectaculair, de mensen waren heel aardig en het werk, wat ik nu al zo vaak gedaan heb, verveelde nog steeds niet. Maar het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt kwam op woensdag. De projectpartner, een ranger genaamd David, en ik, waren een bepaalde plant aan het verwijderen (vrij vertaald de Italiaanse distel, die niet oorspronkelijk uit de VS komt). We begonnen onder aan de rivier en bleven hoger klimmen. Aan het eind van de dag waren we minstens vijftig meter hoog en hadden we een geweldig uitzicht over de bergen en de rivier om ons heen. En zover we konden kijken, nergens auto's, huizen of mensen.
Donderdag hadden we een vrije middag en gingen we naar Yosemite. We waren er maar een paar uur en ik ben zeker van plan om er nog een keer naar toe te gaan in de komende vier weken, dus dan zal ik wel over vertellen. Het belangrijkste nu was dat ik daar ontvangst had voor m'n telefoon, en van ACE te horen kreeg dat ik vier weken langer kon blijven.
Daarna had ik nog behoorlijk wat problemen met naar huis bellen (er is iets met m'n telefoon) en m'n vluchtdatum verplaatsen (m'n reisbureau werkt niet in het weekend), waardoor ik uiteindelijk m'n vliegtuigmaatschappij moest bellen, wat alleen binnen vierentwintig uur voor m'n vlucht kon. Vandaar dat ik pas gistermiddag zeker wist dat ik langer kon blijven, en het toen pas aan iedereen kon vertellen.
Ik hoop dat jullie het nu allemaal begrijpen, en dat jullie het niet al te erg vinden. Ik ga nu m'n verjaardag, en, zeer passend, President's Day, vieren, en later op de week zal ik proberen wat foto's up te loaden. Tot over vier weken!
|
|
|
 |
 Mededeling 3
|
18 Februari 2008 | 05:46:55
 |
En jawel, tijd voor Mededeling 3. Ik weet dat de berichtgeving de laatste tijd niet erg betrouwbaar was, maar deze keer is het zeker: ik blijf vier weken langer in de VS. Morgen zal ik het allemaal uitleggen, ik kom nu even de tijd tekort.
Ik hoop dat jullie het niet al te erg vinden.
|
|
|
 |
 Mededeling 2
|
08 Februari 2008 | 21:28:13
 |
Doe maar net alsof je de vorige blog niet gelezen hebt; ik kom namelijk gewoon op de oorspronkelijke datum thuis.
Ik weet dat het verwarrend kan overkomen voor jullie, maar ik snap het zelf ook niet helemaal. In elk geval, ik heb net van ACE te horen gekregen dat ik niet langer kan blijven in Santa Cruz. Er komen simpelweg teveel mensen voor het aantal projecten.
Ik weet eerlijk gezegd niet helemaal hoe ik me moet voelen. Ik ben teleurgesteld, maar aan de andere kant kijk ik er ook wel erg naar uit om weer naar huis te gaan. Een probleem is echter dat ik nu alles dat ik nog wou doen in de volgende week moet proppen, en dat terwijl het nog steeds onzeker is wanneer we nou weer op project gaan. ACE is een geweldige organisatie, maar qua management kunnen ze nog wel wat leren...
In elk geval, ik ben opeens begonnen aan m'n laatste dagen. Erg bizar, ik kan me niet eens voorstellen hoe het is om naar huis te gaan, en ondertussen spreek ik Engels beter dan Nederlands (zonder te overdrijven, ik kan absoluut geen Nederlands meer praten).
Nouja, tot over ongeveer twee weken!
|
|
|
 |
 Mededeling
Reis/Verenigde Staten
|
06 Februari 2008 | 22:18:02
 |
Afgelopen week mailde ik m'n ouders met de vraag of het ok zou zijn als ik vier weken langer zou blijven. Ik heb het hier in Santa Cruz namelijk heel erg naar m'n zin, en er zijn nog zoveel dingen die ik wil zien en doen (San Francisco, Yosemite, surfen, om er maar een paar op te noemen) dat ik er gewoon de tijd niet voor heb in twee weken. Ik sprak af dat ik het iedereen zou vertellen als het zeker was (ik moest eerst nog overleggen met ACE en de vliegtuigmaatschappij).
Nu, vier dagen later, weet vreemd genoeg de halve wereld het al. Dus kan ik het net zo goed op m'n blog zetten: ik blijf (zeer waarschijnlijk) vier weken langer in de VS, tot ergens halverwege maart. Het was een lastige beslissing, ik zou namelijk erg graag weer naar huis gaan en m'n verjaardag thuis vieren, maar aan de andere kant, het kan jaren duren voor ik hier weer terugkom. En ik heb het gewoon te erg naar m'n zin. Ik hoop dat jullie het niet erg vinden, en ik hoop ook dat niemand zich gepasseerd voelt doordat ik het op deze manier heb verteld - ik wou iedereen een persoonlijk mailtje sturen, maar dit is wat handiger.
Tot over zes weken!
|
|
|
 |
 Grass Valley
Reis/Verenigde Staten
|
28 Januari 2008 | 23:23:49
 |
Van de uitgestrekte woestijnen van Arizona naar de besneeuwde bossen van noord-Californie, en van wegenbouwer tot vuurpreventieman (als dat een woord is). Een welkome afwisseling.
M'n nieuwste project was op een plaats met vreemde namen. Het was bij de stad Nevada City, gelegen in Californie, en in Grass Valley, vol met bergen, rivieren en bossen van de majesteuze Redwoodbomen, maar geen gras. Er zal wel een ingewikkelde verklaring achter zitten, maar die zag ik niet helemaal.
In elk geval, we moesten die bossen klaarmaken voor bosbranden (iets waar ze in Californie wel ervaring mee hebben). Dit deden we door vrijwel alle struiken en 'kleine' bomen (soms tot wel tien meter hoog) te verwijderen. Op deze manier zal een vuur zich niet snel kunnen verspreiden, simpelweg omdat er vrijwel niets om te verbranden is - de grote Redwoods branden zeer moeizaam.
De eerste dag was het de perfecte temperatuur. Het was een paar graden onder nul, waardoor het sneeuwde in plaats van regende, en de sneeuw op de grond en in de bomen niet smolt - kou is niet zo erg, maar als je nat wordt heb je een probleem.
Helaas was dat het geval op de tweede dag. Het was net ietsje te warm, waardoor het non stop regende. Aan het eind van de dag voel je je echt alsof je met al je kleren aan in een zwembad bent gesprongen, niet echt prettig. Wat wel weer leuk was, was de geur die je kreeg van de hele dag sjouwen met omgehakte dennebomen. Je ruikt als een Kerststukje na een paar uur.
En de derde dag... tja, de derde dag gingen we alweer naar huis, vier dagen eerder dan gepland. Er zat namelijk een enorme storm aan te komen, en we zouden zijn ingesneeuwd als we daar waren gebleven.
En nu zit ik weer in Santa Cruz, waar het de hele tijd regent. Zoals gewoonlijk. Het regent nu al heel januari, en dat terwijl Santa Cruz normaal gesproken 330 dagen per jaar zon heeft. Nouja, wie weet gebeurt dat ook nog wel dit jaar. Ik hoop er in ieder geval erg op.
|
|
|
 |
 Saint George
Reis/Verenigde Staten
|
23 Januari 2008 | 02:48:31
 |
Mijn laatste project was in Saint George, diep in het Mormonenterritorium van zuidelijk Utah. Het was mijn koudste en meest veelzijdige project tot nu.
Tot zover was elk project ongeveer hetzelfde. Het werk dat je de eerste dag deed, deed je ook de laatste dag. Hier was het totaal anders. De eerste twee dagen werkten we aan de rand van een diepe kloof. We maakten een mountainbikepad van ongeveer een halve mijl over een zeer rotsige en stijle heuvel. Ik blijf me verbazen hoeveel werk je kan verrichten in een korte tijd met slechts tien mensen. Voordat we begonnen zag het er wild en onherbergzaam uit, maar binnen anderhalve dag lag er een prachtig pad van overal minstens een meter breed.
De rest van de dagen daalden we af in de kloof. We verzamelden grofvuil dat in de kloof was gedumpt (varierend van auto's tot koelkasten), repareerden bestaande paden, maakten een waterafvoer op een van de wegen, verstevigden een rivierbank, kapten welgeteld duizend jonge wilgenbomen, ontdeden ze van bladeren en takken en plantten ze weer ergens anders. Dit alles deden we samen met een landschapsarchitect, een zoetwaterbioloog en twee mannen in graafmachines.
En ik vond het echt geweldig. Het voelt goed om zwaar fysiek werk te doen, of het nou het bouwen van een pad of het kappen van wilgenbomen is. Ik heb het gevoel dat ik echt iets nuttigs leer. Ik kan nu goed omgaan met een pikhouweel, met een drilboor, met een sloophamer en met een zaag. Ik kan een afvoer graven, ik kan verschillende soorten zand, modder en rotsen onderscheiden, ik kan enorme rotsblokken verplaatsen met alleen een hefboom en wat tijd, ik weet hoe je een goed pad maakt en hoe je op een veilige manier vlak naast een graafmachine kan werken. Dat soort dingen leer je niet op school.
Net zo geweldig is het gevoel dat je midden in de wildernis bent. Onze kampeerplaats was in een gebergte van rode rotsen, en de kloof waar we in werkten was werkelijk prachtig. Er liep een brede rivier doorheen, er stonden veel bomen en er was totaal niemand. Hoogtepunt was het toen een Amerikaanse zeearend (zo'n bruine met een witte kop, voor de leken) door de kloof naar ons toe kwam zweven.
Hoe leuk het ook is om in de wildernis te kamperen, het is erg koud als je het in januari doet. Elke nacht was het minstens min tien, en dat was te merken ook. Als je wat (ijsvrij) appelsap in een beker schonk en in je handen hield, dreef er binnen vijf seconden ijs op. Warm eten, direct van het vuur, was koud wanneer het op je bord belandde. Dat is wel even iets anders dan een paar maanden geleden, toen je 's avonds in een T-shirt buiten kon zitten.
Gelukkig hoef ik me over kou nu geen zorgen meer te maken. Ik ben namelijk eindelijk in Santa Cruz aangekomen, na een zeer vermoeiende treinreis van meer dan vierentwintig uur. En Santa Cruz is echt de beste stad die ik zover gezien heb in de VS. Lekker warm weer, een rivier door het midden van de stad, overal palmbomen en straatmuzikanten, aan de ene kant van de stad groene heuvels en iets daarachter bergen met sneeuw op de toppen, aan de andere kant het strand en de oceaan. Ik voel me al helemaal thuis hier, en ik vind het nu al jammer dat ik over minder dan vier weken weer moet vertrekken. Zucht. |
|
|
|
|
|